Dit gedicht bevat 4 strofen waarbij de eerste strofe een stanza is, de tweede een kwatrijn en de derde en vierde terzinen zijn. De dichter maakt veel gebruik van enjambementen, hij splitst zijn verzen op. Hij schrijft zeer mysterieus en gebruikt geen rijm.
Volgens mijn interpretatie gaat dit gedicht over een man die uit een coma ontwaakt en die een weg aflegt door een tunnel naar zijn dood. Hij ziet een wit licht en glijd stilletjes aan verder weg. Het is alsof hij een pad naar het hiernamaals bewandelt, waarbij de gracht zich met water vult en hij verdrinkt. De dichter gebruikt veel beeldspraken voor de dood, alsof de man in nood is.
Als je dit gedicht leest ben je eerst in de war, maar na een tijd zie je dat het meer diepgang heeft. Je word nieuwsgierig en vraagt je af wat er allemaal gebeurt en wilt ook meer weten.
De foto’s van de schoenen die het pad afleggen stellen zijn weg af naar het hiernamaals. De andere beelden staan over de verwarring in het gedicht en in zijn gedachten, deze komen tussen de schoenen want hij komt dit tegen op zijn weg. Deze beelden zijn soms vaag, en de trechter staat voor de tunnel waardoor hij gaat. Op het einde komt hij dan een wit licht tegen.
Ellen Liekens
1 Reactie(s)
RSS met reacties TrackBack identificatie URI

Ik vond het een origineel idee om de stappen van de man voor te stellen met voort schuifelende pantoffels en het zand wordt vervangen door een matje.